Home » Geschiedenis van de Staveren 5

Geschiedenis van de Staveren 5

De Staveren 5 is in 1935 gebouwd in Makkum bij scheepswerf Amels voor weduwe v/d Burg uit Spakenburg.

In 1940 is hij verkocht aan de gebroeders Zwaan uit Staveren. De geschiedenis die we hebben beschreven hebben we van personen die zelf nog op de ST 5 hebben gevaren als visser. 

De Staveren 5 had zijn eigen vaste plek in de hoek van de haven.

Zeeschouwen werden gebouwd voor de visserij op voornamelijk het IJsselmeer en bij uitzondering de Waddenzee. De goedkoper te bouwen zeeschouwen dienden eigenlijk als vervanging voor de toen gebuikelijke jollen en aken. Vrijwel alle stalen zeeschouwen zijn vanaf de bouw voorzien van een (hulp)motor. Deze motoren waren vooral geschikt om de haven in en uit te varen en om eventueel naar de visgronden te varen als het erg mooi weer was. Zodra er netten gesleept moesten worden, wat dus veel kracht kostte, werden de zeilen gehesen (zogenaamd bottertuig).

Ook de ST5 werd uitgevoerd met een hulpmotor, een 10 pk Kromhout. 

Toen in de jaren 40 de Noordoostpolder en de Flevopolder werden drooggelegd, kregen de vissers toestemming om deze langzaam leeglopende meren nog leeg te vissen. Dit was soms een hachelijke onderneming, omdat het water elke dag een stukje zakte en ze dus niet wisten of ze er nog konden varen. En in tegenstelling tot het Wad, komt het water niet meer terug, dus vastlopen was ook echt vastlopen.

Vlak na de oorlog vonden de gebroerders Zwaan dat de ST 5 teveel zeeg had, oftewel de kop liep te hoog op gezien vanaf de kont van het schip. Het vissen werd bemoeilijkt als een schip meer zeeg had: hoe vlakker de boot hoe makkelijker je de volle netten kunt binnenhalen. Maar een andere belangrijke reden was veiligheid. Ze liepen in die tijd op houten klompen op de scheepjes en als het voordek te sterk opliep was dit gevaarlijk omdat je dan veel sneller weg zou glijden. Het resultaat was dat ze de plaatselijke werf in Staveren opdracht gaven om de zeeg te verminderen. De werf heeft hierop het boord en het voordek losgesneden, er een strook tussen geplaatst, het dek omhoog gebracht en het boord weer teruggeplaatst. Dit was de eerste, voor zover bekend, grotere ingreep aan de ST 5.

Toen in 1953 het nieuws over de watersnoodramp in Staveren aankwam, werd er door de bevolking gelijk actie ondernomen. Een grote inzamelingsactie werd georganiseerd en de hele vissersvloot (behalve de ST 16, deze kwam later volgeladen met hulpgoederen) heeft gelijk koers gezet naar Zeeland om daar hulp te bieden. Om bij de huizen en mensen in nood te kunnen komen moesten de schepen dus de ondergelopen gebieden invaren. Dit ging soms met grote snelheid omdat ze door de gaten die in de dijken geslagen waren, doorvoeren met de eb- of vloedstroom. In deze gaten stroomde het erg hard omdat er eb- en vloedwerking kwam in het ondergelopen gebied. De eb- en vloedstroom ging via de gaten in de dijken. Knap werk van deze Staverse vissers.

Op het ontstane IJsselmeer lagen in die tijd nog grote zware stalen tonnen. Volgens de verhalen is de ST 5 eens op volle snelheid op zo’n ton geknald met behoorlijke schade als gevolg. De impact was zo groot dat er zelfs klinknagels waren losgeknapt. De ontstane schade is bijna onzichtbaar verholpen.

In 1968 was het over met de visserij voor de ST 5. Willem (Sietse was inmiddels het vissersbedrijfje al uitgestapt) heeft de schouw toen om laten bouwen tot een kajuitschouw. Dit is gedaan door de bun te verwijderen, de bungaatjes in het vlak (die de bun en dus de levende vis voorzagen van vers water) allemaal stuk voor stuk dicht te lassen, de mastkoker aan te passen en natuurlijk door het plaatsen van een roef. 

De roef was volledig betimmerd en het vooronder was geschikt gemaakt om met vijf personen te slapen. Als kers op de taart was er ook een (afgesloten) toilet gebouwd. 

Al dat moois is er weer af- en uitgesloopt om de Staveren 5 weer terug te brengen in de staat zoals hij halverwege de jaren dertig is opgeleverd vanaf de Amels werf te Makkum.